Mijn zeer geliefde dochter, Mijn tijd van meer lijden zal zich voltrekken wanneer Mijn Passie aan het Kruis herdacht zal worden.
Geen mens bevat de omvang van Mijn lijden tijdens Mijn kruisiging of de manier waarop Ik gegeseld werd.
Mijn geseling was het ergste. Ik werd op brute wijze geslagen - door tien mannen en elke stukje van Mijn lichaam was met striemen bedekt.
Het vlees op Mijn rug was opengereten en Mijn schouderbladen waren zichtbaar. Ik kon nauwelijks staan en één oog was gekneusd en verbrijzeld. Ik kon enkel nog door Mijn linkeroog zien.
Tegen de tijd dat ze Mij voor Pontius Pilatus brachten en de doornenkroon op Mijn hoofd zetten, kon Ik amper nog rechtstaan.
Daarna kleedden ze Mij helemaal uit voordat ze een kort rood gewaad over Mijn hoofd trokken en vervolgens een palmtak in Mijn rechterhand legden. Elke doorn was als een naald, zo scherp waren ze. Eén van deze doornen doorboorde bovendien Mijn rechteroog waardoor Ik nauwelijks nog kon zien.
Ik verloor zoveel bloed dat Ik braakte en zo duizelig was dat Ik, toen Ik aan Mijn klim naar Calvarië begon, het kruis niet kon houden. Ik viel zo vaak dat het uren duurde voordat Ik de top van de heuvel bereikte. Ik werd bij elke stap op de weg gegeseld en geslagen.
Mijn lichaam zat helemaal onder het bloed en was bedekt met een dikke laag zweet, geproduceerd door een verzengende zon. Ik viel een paar keer flauw.
Hoe pijnlijk en ondraaglijk dit ook was, was het meest schrikbarende van alles de haat die Mij betoond werd, niet alleen door de volwassenen langs de weg, maar ook door jonge kinderen die Mij schopten omdat zij het voorbeeld van hun ouders volgden. Het geschreeuw dat uit hun mond stroomde en de haat waren niets vergeleken met de angst die ze voor Mij hadden. Want achter dit alles waren zij er nog steeds niet zeker van of Ik al dan niet inderdaad de Messias was die zij al zo lang verwachtten.
Het was daarom gemakkelijker om Mij te haten, Mij aan te klagen, dan Mij te aanvaarden want dat zou betekend hebben dat zij hun gewoonten hadden moeten veranderen.
Mijn meest pijnlijke moment was toen Ik op Mijn zij op de grond lag, na opnieuw in de rug geschopt te zijn, en Mijn geliefde Moeder naar Mij zag kijken.
Zij was diepbedroefd en moest door twee van Mijn leerlingen ondersteund worden. Ik kon Haar slechts door het ene overblijvende oog zien en Ik kon het niet verdragen naar Haar kwelling te kijken.
Het gejouw, geschreeuw en gebrul van de honderden uit de menigte kon aan de grond waarop Ik lag gevoeld worden en er waren zeshonderd soldaten nodig om de kruisiging van Mijzelf en zes anderen te organiseren en er toezicht op te houden.
Ik was het middelpunt van hun aandacht en de anderen leden niet zoals Ik dat deed. Toen Mijn polsen, bij de onderkant van Mijn duimen, aan het kruis genageld werden, had Ik geen gevoel meer. Mijn lichaam was zo gehavend en gekneusd dat Ik in shock geraakte. Mijn schouders waren ontwricht en Mijn armen waren uit hun kom gerukt.
De ergste lichamelijke schade werd toegebracht aan Mijn lichaam voordat Ik aan het kruis genageld werd.
Ik slaakte geen kreet. Geen protest.
Slechts een fluistering.
Dit maakte Mijn beulen razend, die een reactie wilden om hun lusten te bevredigen. Ik ging nooit met hen in gesprek, want dat wel doen zou betekend hebben dat Ik in gesprek zou moeten gaan met Satan en zijn demonen, die hun ziel teisterden. Daarom was hun wreedheid naar Mij toe zo intens.
Ik hing vijf uur lang aan het kruis. De zon was verzengend, zonder wolken om het branden op Mijn huid te helpen verminderen.
Zodra Ik Mijn laatste adem uitblies, stuurde Mijn Vader zwarte wolken alsook donder en bliksem. De storm die plaatsvond was van zo’n angstaanjagende omvang en zo plotseling dat er bij Mijn toeschouwers op dat moment geen twijfel meer over bestond dat Ik inderdaad de Redder was die door God de Vader gezonden was.
Ik onthul dit je, Mijn dochter, als een geschenk voor jou in ruil voor de enorme lijdensweg die je Mij aangeboden hebt.
Zeg Mijn kinderen dat Ik geen spijt heb van Mijn Passie aan het Kruis. Wat Ik wel betreur, is dat Mijn Offer vergeten werd en dat zovelen ontkennen dat Mijn kruisiging plaatsvond. Velen hebben geen idee van wat Ik moest ondergaan aangezien veel van Mijn apostelen geen getuige waren van Mijn klim naar Golgotha.
Wat Mij vandaag pijn doet, is dat zovelen Mij nog altijd loochenen. Mijn oproep aan jullie, Mijn volgelingen, is: Laat Mijn kruisiging niet tevergeefs geweest zijn!
Ik stierf voor ALLE zonden, waaronder deze die vandaag de dag bedreven worden.
Ik wil en moet redden, zelfs diegenen die Mij ook vandaag nog loochenen.
Jullie geliefde Redder
Jezus Christus